Voor 15.00 uur besteld, dezelfde dag verstuurd
Gratis verzending vanaf €29
Niet goed, geld terug

Ondanks dat de Nederlandse kolonisten het drinken van rooibos in 17e eeuw populair maakten ten opzichte van de duurdere, geïmporteerde zwarte thee, begon men pas in de jaren dertig van de vorige eeuw met commerciële teelt van rooibos.

Ondanks deze lange start zijn er sindsdien veel ontwikkelingen geweest. Deze jonge, hippe infusie heeft zich kunnen blijven ontwikkelen. Zo werd aan het eind van de jaren negentig nog groene rooibos geboren. Groene rooibos is een minder gefermenteerde versie van rooibos, maar afkomstig van dezelfde plant.

Begin van deze eeuw is er op hoog niveau bijvoorbeeld getest met rooibospoeder. Zo werd ontdekt dat het zeer goed is te gebruiken tijdens het koken (denk aan sauzen), geconcentreerde rooibos voor een thee-achtige ‘espresso’ en rooibos extract als smaakmaker en toevoeging in cosmetica.

Dat is de geschiedenis van rooibos wel echt in een notendop. De iets langere versie vind je op deze pagina.

Het begin van rooibos...

Het verhaal begint bij de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika. De zogenaamde “Bosjesmannen” of “Boesmans”. De stam waartoe de San mensen toe behoren – en die in het Afrikaanse eerder genoemde namen dragen – zijn de eerste verzamelaars van rooibos.

In 1772 ontdekte de botanicus Carl Thunberg dat de San mensen de struik, die uiteindelijk bekend zou worden als rooibos, gebruikte om een kruidendrank mee te maken. De Nederlandse kolonisten namen dit gebruik over.

Nederlandse rol in de ontwikkeling van rooibos

Nederlandse kolonisten kwamen op deze plek terecht doordat ze op de huidige locatie van Kaapstad een verversingspost stichten. Een verversingspost voor eten, drinken, water en andere materialen voor de schepen die op weg waren naar Oost-Afrika, Indië of het Verre Oosten.

Met de komst van de Nederlanders kwam ook de cultuur van thee drinken mee. Nederlanders waren namelijk al sinds 1610 bekend met thee. Nederlandse handelaren waren immers de eerste die grootschalig thee importeerden vanuit China en dit vervoerden naar Europa.

De import en het vervoer van zwarte thee weer terug naar de Kaap was echter een dure aangelegenheid. In het bijzonder voor kolonisten die toch vaak alleen met hard werken en weinig omhanden moesten zien te overleven. De vroege kolonisten namen dan ook het gebruik van de San mensen over en begonnen thee te verrijken met bladeren van de inheemse Fynbos struiken.

Het inheemse gebruik van de plant is in 1772 opgeschreven door Thunberg, maar immigranten en kolonisten ontdekten dit al eerder tijdens het koloniseren van het Cederberg gebied. Hier kwamen ze in aanraking met de fijne, naaldachtige bladeren van de Aspalathus linearis plant en dat hier een aangename, aromatische thee mee was te maken.

Gebruiken werden al snel overgenomen van de San mensen. Gebruiken als het hakken van de bladeren en dunne takjes met een bijl en het kneuzen met hamers, op een bult gooien voor het fermenteren en het drogen onder de hete Afrikaanse zon. Het productieproces van rooibos in een notendop.

Fast forward: populariteit neemt toe

Lange tijd bleef de ontwikkeling en het gebruik van rooibos op zeer kleine schaal, beperkt tot de binnenlanden van Zuid-Afrika. Vooral op de plek waar de eerste kolonisten er mee in aanraking kwamen.

Pas in de beginjaren van 1900, wanneer de Russische immigrant Benjamin Ginsberg een interesse voor rooibos ontwikkelde kwam de kruidenthee in een stroomversnelling. Hij zag als een van de eersten het potentieel van rooibos. Hij startte met het opkopen van kleinschalige hoeveelheden bij verzamelaars en begon te handelen met lokale telers.

Het feit dat Ginsberg afkomstig was uit een familie met een rijke historie in de Europese thee industrie gaf natuurlijk de nodige kennis en kunde om deze nieuwe ‘bergthee’ te kunnen vermarkten. Benjamin Ginsberg was ook de oprichter van B. Ginsberg (Pty) Ltd te Kaapstad, wat uiteindelijk uitgroeide tot de grootste producent en distributeur in Zuid-Afrika. We kunnen wel stellen dat hij de eerste was die begon met de promotie van rooibosthee.

Een goede start van de eeuw en de weg naar boven

In 1930 ontdekt dokter P. le Frais Nortier de heilzame werking van rooibos. In 1930 ontdekt de lokale medische dokter en amateur botanist Dr. P Le Fras Nortier ook hoe de ontkieming van rooiboszaad tot stand komt.

Samen met Oloff Bergh en William Riordan, vrienden van Nortier en tevens een commerciële boeren, ontwikkelen ze samen nieuwe cultivatiemethodes. Al snel werd het mogelijk de productie van rooibos op een veel grotere schaal op te zetten langs de hellingen van het Cederberg gebergte.

Door de Tweede Wereldoorlog ontstond er een tekort aan “zwarte” thee in Zuid- Afrika waardoor de vraag naar rooibos sterk toenam als beste alternatief. Wegens gebrek aan hoge kwaliteit zaad en omdat er te weinig aan promotie werd gedaan tijdens de aantrekkende wereldhandel na de oorlog, heeft rooibosthee niet erg kunnen profiteren van deze toenemende vraag.

De populariteit nam weer af...

De rooibosproducenten zetten in 1948 de Clanwilliam Tea Cooperative de “Clanwilliam Teekoöperasie” op als antwoord op de afnemende vraag na de Tweede Wereldoorlog. Met de oprichting van “Clanwilliam Teekoöperasie” in 1948 komt er meer stabiliteit in de markt.

Op verzoek van de Teekoöperasie richt de Minister van Landbouw in 1954 de Rooibos Tea Control board op, tegenwoordig bekend als de South African Rooibos Council (SARC). Het doel van de SARC was om marketing te reguleren, het stabiliseren van prijzen en het verbeteren en standaardiseren van kwaliteit. Een nieuwe bloeiperiode begon onder de leiding van de SARC.

Sindsdien is er geleidelijke voortgang geboekt met het verbeteren van productiemethodes en het vergroten van de distributie.